
Van 1814 tot 1829 maakten vier regimenten Zwitsers deel uit van het Nederlandse leger. Samen zo’n 8.000 man. Ze staan in een lange traditie van Zwitserse huursoldaten. Na de opheffing van deze regimenten in 1829 keerden de meeste soldaten terug naar huis. Een aantal van hen bleef in Nederland en settelde zich. Je komt ze af en toe tegen bij voorouderonderzoek. Een van hen was Joseph Suter (1789-1831) uit Schwyz.

Vier regimenten Zwitsers
Tijdens de Republiek bestond het Nederlandse leger uit vrijwilligers, huursoldaten uit binnen- en buitenland. In de Franse tijd kwam hier verandering in. Er kwam een dienstplicht met een systeem van loting. Met enkele aanpassingen bleef dit bestaan tot 1938.
In de eerste decennia na 1815 werd bij de opbouw van het Nederlandse leger nog gebruik gemaakt van een aantal regimenten die in het buitenland geworven waren, waaronder vier uit Zwitserland. De Nederlandse staat sloot hiervoor overeenkomsten, zogenaamde ‘çapitulaties’, met de regering van Zwitserse kantons. De infanterieregimenten 28-31 kwamen uit respectievelijk de kantons Bern, Zürich en Graubünden. Een vierde infanterieregiment, nummer 32, bestond uit soldaten geworven in katholieke kantons zoals Uri, Schwyz en Unterwalden. In 1829 werden deze vier regimenten opgeheven. Buitenlandse regimenten pasten niet meer bij de zich ontwikkelende natiestaat.
Een deel van de afgezwaaide soldaten keerde niet terug naar Zwitserland. Ze vestigden zich in de Nederlandse burgermaatschappij of gingen bij het Nederlandse leger een nieuw verband aan als beroepssoldaat. Hun militaire carrière is terug te vinden in de stamboeken van het Nederlandse leger die het Nationaal Archief in Den Haag bewaart. De registers zijn online te raadplegen.2

Joseph Suter (1789-1831)
Sergeant Joseph Suter (1789-1831) was een van de achterblijvers. Veel van zijn nu levende nakomelingen zullen zich niet bewust zijn van dit stukje militaire familiegeschiedenis. Joseph hoorde tot het regiment Zwitsers nr. 32. Van zijn legeronderdeel zijn twee registers bewaard. In beide stamboeken vinden we Joseph terug.4 Via deze stamboekinschrijvingen komen we iets meer over Joseph Suter te weten.5
Joseph werd geboren in 1789 in de plaats Schwyz, hoofdstad van het gelijknamige kanton, centraal gelegen in Zwitserland. Met zijn lengte van 1 meter 73 was hij iets langer dan zijn meeste generatiegenoten. Zijn signalement vertelt ons verder dat hij een ovaal aangezicht had, hoog voorhoofd, grote neus en mond, bruine ogen en blond haar.

Op 15 december 1815 tekende Joseph, 26 jaar oud, als korporaal voor 8 jaar dienst. Op 15 februari 1816 vertrok hij met een deel van het regiment marcherend naar Nederland. Afhankelijk van de route die zij volgden zullen de dagmarsen rond de 35 à 40 kilometer geweest zijn. Na drie weken kwam Joseph met zijn transport aan in Nederland (5 maart 1816). Hij hoorde tot het tweede bataljon van het 32e regiment, dat te Antwerpen ‘in garnizoen’ kwam.7
Na het aflopen van zijn contract tekende Joseph voor zes jaar bij (15 december 1823). Hij was inmiddels bevorderd tot sergeant (11 september 1818). Bij de verlenging van zijn contract kreeg hij 60 gulden handgeld. In verband met de opheffing van zijn regiment ging Joseph op 12 oktober 1829 ‘met paspoort’, uit dienst. Nog diezelfde maand trouwde in hij Gorinchem met Huibertje Blommers (1797-1876), met wie hij al langer een relatie had.

1829 druk trouwjaar
Tijdens hun diensttijd in Nederland knoopte een aantal Zwitserse soldaten in de plaats waar zij gelegerd waren een relatie aan. De kinderen die uit die relaties geboren werden getuigen hiervan. In de garnizoensplaatsen zien we regelmatig dat soldatenvaders hun buiten huwelijk geboren zoon of dochter zelf aan komen geven. De Zwitserse legerleiding liet blijkbaar niet toe dat zij een huwelijk aangingen.
Bij de aangifte erkende de soldaat zijn kind, maar daarmee kreeg het niet dezelfde rechten als een kind dat binnen een huwelijk geboren was of bij het aangaan van een huwelijk werd gewettigd. De niet getrouwde vader die zijn kind erkende in de geboorteakte kreeg daarmee een zekere verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld bij de opvoeding en financiële ondersteuning. Maar er was geen erfrechtelijke relatie.
Na de opheffing van de regimenten, nadat de soldaten afgezwaaid waren, konden ze trouwen. We zien dan ook in de garnizoensplaatsen een piek in het aantal ex-soldatenhuwelijken. Soldaten van het bataljon van Joseph waren gelegerd geweest in Gorinchem, Dordrecht en Gouda. In Gorinchem trouwden in de jaren twintig jaarlijks een of twee Zwitsers. In de aanloop naar de opheffing van de regimenten waren het er in 1828 vijf, daarna in 1829 negentien en in 1830 elf. Bij de soldaten die in 1829 trouwden staat steeds ‘gepasporteerd militair’ als beroepsaanduiding. Bij een derde van de bruiden staat ‘zonder beroep’, een derde was ‘arbeidster’. Verder zijn er vier met de beroepsaanduiding ‘naaister’ en twee ‘kroeghoudsters’.
Bij dertien van de negentien huwelijken in 1829 wettigde het bruidspaar één of meer kinderen. Joseph Suter en Huibertje Blom spanden de kroon. Zij wettigden zes dochters, geboren tussen 1820 en 1829. De eerste dochter is in 1820 aangegeven door Cornelis Blommers, de vader van Huibertje, zelf oud-militair, die ook een van zijn andere dochters met een Zwitserse militair zag trouwen. Bij de vijf andere dochters doet Joseph zelf de aangifte, vergezeld door een of meer van zijn mede-soldaten.

Van Sutter naar Suter
Joseph had een geoefende hand, zoals blijkt uit zijn handtekeningen. Hij tekent akten van de burgerlijke op twee verschillende manieren, met een ‘militaire’ of een ‘burger’ handtekening. Soms zet hij zijn naam in een zwierige cirkel, met in een hoekje de afkorting ‘segt.’ van zijn militaire rang van sergeant. Die zal hij ook bij zijn beroepsuitoefening gebruikt hebben. Soms ondertekent hij met de ‘burger’ handtekening met de initialen J.M.X. gevolgd door zijn familienaam, zonder verdere ‘versiering’. Opvallend is dat Joseph in 1829 de spelling van zijn familienaam wijzigt van ‘Sutter’ in ‘Suter’. Hij laat een t weg en houdt dit consequent vol wanneer hij documenten ondertekent. Hier zal waarschijnlijk een relatie zijn met het opvragen van de documenten die hij nodig had voor zijn voorgenomen huwelijk.
Huwelijk in Gorinchem
Joseph en Huibertje hadden blijkbaar al langer het plan om te trouwen. In de zomer van 1828, ruim een jaar voor zijn huwelijk, begon Joseph al met het verzamelen van de documenten die hij zou moeten inleveren bij de ambtenaar van de burgerlijke stand om te kunnen trouwen. Hij vroeg bijvoorbeeld in zijn geboorteplaats Schwyz bewijzen van zijn eigen doop en het overlijden van zijn ouders op. Misschien gingen er geruchten over het opheffen van de Zwitserse regimenten of had Joseph al besloten zijn regiment vaarwel te zeggen na het aflopen van zijn contract in december 1829.
Op 29 oktober 1829 in de middag verschenen Joseph Suter, gepasporteerd militair, en Huibertje Blommers, arbeidster, op het stadhuis van Gorinchem voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Joseph had drie dienstkameraden meegenomen en Huibertje haar vader en een Gorinchemse winkelier.9 Bij het huwelijk erkenden zij hun zes dochters.

Opnieuw in dienst en overlijden kort daarna
Een jaar nadat Joseph afzwaaide bij het Zwitserse regiment nam hij weer dienst, nu rechtstreeks in het Nederlandse leger.11 Op 7 oktober 1830 kreeg hij een contract voor zes jaar als sergeant bij de 10e afdeling infanterie. Joseph verhuisde van Gorinchem naar Utrecht, waar hij met zijn gezin werd ondergebracht in de nieuwe Willemskazerne. Die was net een jaar eerder gereed gekomen. In vredestijd waren in de kazerne zo’n 1.000 militairen ondergebracht.
Kort na de vestiging in Utrecht raakt Huibertje zwanger van hun zevende kind. Joseph overlijdt kort voor de geboorte van zijn eerste en enige zoon, op 9 september 1831 om 6 uur in de ochtend 42 jaar oud in het militair hospitaal, volgens zijn stamboekinschrijving ‘aan de gevolge eener ziekte’. Zijn overlijden wordt op het Utrechtse stadhuis aangegeven door twee collega-onderofficieren.12
Twee dagen later wordt zoon Jozeph Michael Xaver in de Willemskazerne geboren, vernoemd naar zijn overleden vader en aangegeven door grootvader Cornelis Blommers.
Huibertje Blommers blijft de rest van haar leven in Utrecht wonen. Ze hertrouwt niet en verdient de kost als wasvrouw en breister. In 1879 overlijdt ze, 79 jaar oud in de Kogelsteeg, een klein straatje tussen de Oudegracht en de Lijnmarkt, vlak bij de Zadelstraat.
De voornamen en de familienaam van Joseph zelf leven voort onder zijn nakomelingen. En Joseph vernoemde zijn vierde dochter, Francina, naar zijn vader Josephus Franciscus. Ook die voornaam is doorgegeven onder het nageslacht, bijvoorbeeld via haar kleindochter Fransina Geertruida Kool (Zuilen 1882 – Woerden 1962) aan achter-achterkleindochter Francina (Siena) Alida Elizabeth Kop (Woerden 1934 – Harmelen 2000).
⁂ ⁂ ⁂
Bijlage: Gezin van Joseph Suter
Joseph Michael Xaver Suter, ged. Schwyz (Zwitserland) (r.k. St. Martin) 29 sept. 1789, soldaat regiment Zwitsers nr. 32 1815-1829, korporaal 1815-1818, sergeant 1818-1829, sergeant 10e afdeling infanterie 1830-ovl., † Utrecht 9 sept. 1831, zn. van Josephus Franciscus en Maria Anna Elisabeth Reichmuth, tr. Gorinchem 29 okt. 1829 Huibertje Blommers, geb. Gorinchem 10 jan. 1797, ged. Gorinchem (geref.) 15 jan. 1797, wasvrouw (1848, 1861), breister (1850), † Utrecht 1 mei 1876, dr. van Cornelis Blommers, soldaat (1793), winkelier (1817), arbeider (1829), en Johanna Sas.
Uit dit huwelijk:
1. Johanna Elisabeth Suter, geb. Gorinchem 21 mei 1820, werkster (1850), † Amsterdam 21 jan. 1905, tr. Utrecht 4 mei 1853 Rijk van Steenderen, geb. Utrecht 6 juli 1829, arbeider (1853), timmerman, † Utrecht 29 nov. 1892, zn. van Willem van Steenderen, hovenier (1819). en Sibilla Maria Goes (Hoest).
Haar dochter: Magdalena Suter, geb. Utrecht 6 maart 1843, † ald. 30 jan. 1900.
2. Anna Maria Sutter, geb. Gorinchem 27 dec. 1821, dienstmeid (1856), † Utrecht 16 okt. 1861, tr. 1e Utrecht 7 juni 1848 Johan Coenraad Schäfer, geb. Hundsdorf (Waldeck) omstr. 1807, vijlenkapper (1848, 1853), † Utrecht 28 jan. 1853, zn. van Coenraad Schäfer en Elisabeth Phewetse; tr. 2e Utrecht 9 juli 1856 Petrus van Doezelaar, geb. Baarn 20 maart 1833, koetsier (1856, 1861), werkman (1870), † Utrecht 26 febr. 1870, zn. van Anna Maria van Doezelaar, werkvrouw (1870); hij hertr. Utrecht 26 febr. 1862 Anna Barbara Helena Pullen.
3. Hendrika Elisabeth Sutter, geb. Dordrecht 9 nov. 1823, dienstbaar (1850, 1859), † Amsterdam 28 nov. 1871, tr. Amsterdam 4 mei 1859 Abraham Scheen, ged. (r.k.) Amsterdam 18 maart 1811, stalknecht (1839), stoomstoker (1859), stoker (1882), † Amsterdam 14 juni 1882, zn. van Maria Scheen en wedr. van Helena Tiemans; hij hertr. Amsterdam 28 febr. 1872 Maria Anna Busch.
4. Francina Sutter, geb. Gouda 13 april 1826, † Zuilen 8 febr. 1860, tr. Utrecht 22 mei 1850 Gerrit Kool, geb. Zuilen 10 jan. 1826, arbeider (1850), arbeider steenfabriek (1850), † Zuilen 24 aug. 1896, zn. van Klaas Kool, arbeider (1850), en Aaltje van Grieken; hij hertr. Zuilen 24 aug. 1860 Anthonia van Oostveen.
5. Josephina Sutter, geb. Gorinchem 8 maart 1828, dagmeisje (1850), naaister (1855), dienstbode (1857), † Amsterdam 29 sept. 1904.
Haar zoon: Cornelis Suter, geb. Utrecht 26 jan. 1856, † ald. 29 jan. 1857.
6. Maria Barbera Suter, geb. Gorinchem 15 sept. 1829, dagmeisje (1850), dienstmeid (1860), werkster (1860), † Amsterdam 29 jan. 1875, tr. Utrecht 13 juni 1860 Hermanus Scherpenzeel, geb. Houten 6 maart 1827, werkman (1860), sjouwer (1861), † Amstelveen 5 nov. 1879, zn. van Hermanus Scherpenzeel, arbeider (1827), en Maria van Wiefferen; hij hertr. Amstelveen 10 mei 1876 Johanna Maria Hogelander.
7. Jozeph Michael Xaver Suter, geb. Utrecht 11 sept. 1831, schoenmakersleerling (1850), schoenmaker (1861, 1878), † Utrecht 5 juni 1878, tr. Utrecht 11 april 1861 Johanna van Steenderen, geb. Utrecht 7 febr. 1827, † ald. 3 mei 1899, dr. van Willem van Steenderen, hovenier (1819), en Sibilla Maria Goes (Hoest).
⁂ ⁂ ⁂
Voetnoten
- Collectie Nationaal Militaire Museum, nr M.15.00.22S.04. Link naar objectbeschrijving. ↩︎
- Nationaal Archief, toegang 2.13.09, voor de regimenten Zwitsers inv.nrs. 18-35, 419-419k ↩︎
- Collectie Nationaal Militair Museum, nr. 00116338. Link naar objectbeschrijving. ↩︎
- Nationaal Archief, toegang 2.13.09, inv.nrs. 32 en 419a. Eén register heeft een voorbedrukte formuliertekst in het Duits, de andere heeft Nederlandse gedrukte tekst. Ze zijn beide bijgehouden in het Duits. Het eerste bevat informatie tot en met het vertrek uit Zwitserland naar Nederland, het tweede is in Nederland bijgehouden, tot de opheffing van het regiment. ↩︎
- Nationaal Archief, toegang 2.13.09, inv.nr. 32, scan 24, nr. 1234, link en inv.nr. 419a, scan 94/248, nr. 1349, link. ↩︎
- Afbeelding ontleend aan de website van de Pfarrkirche St. Martin te Schwyz. ↩︎
- H. Ringoir, ‘De Zwitserse Regimenten in Koninklijke Nederlandse dienst (1814-1829)’, Armamentaria 11 (1976-1977) 67-69. Link naar artikel. ↩︎
- RADordrecht, Geboorteregister Dordrecht 1823, akte 565. Link naar akte. ↩︎
- Familysearch, Huwelijksregister Gorinchem 1829, akte 49. Link naar akte en link naar huwelijksbijlagen bij Familysearch. ↩︎
- Prent van R. Craeyvanger, Het Utrechts Archief, Topografische collectie, nr. 38258. ↩︎
- NatAr, toeg. 2.13.09, inv.nr. 292, stamboeknummer 18872, scan 10/246, link. ↩︎
- Het Utrechts Archief, Overlijdensregister Utrecht 1831, akte 1348, link naar akte. ↩︎
